SNELLER FIETSEN? VERBETER JE FIETSTECHNIEK MET DEZE 3 TIPS
Wil je sneller fietsen? Je hoeft zeker niet meteen harder te trainen. Fietstechniek misschien wel de meest onderschatte factor. Effectief fietsen is iets anders dan efficiënt fietsen. Door beter te leren remmen, schakelen en bochten rijden kun je met hetzelfde vermogen meer snelheid vasthouden. In dit blog deelt CUBE Stores-ambassadeur Levey praktische technieken waarmee je direct sneller én efficiënter fietst.
Door Levey’s jarenlange ervaring in downhillen en mountainbiken is hij altijd bewust bezig geweest met het verbeteren van zijn techniek op de fiets. Vaardigheden zoals remmen, schakelen en bochten rijden worden tijdens technische trails continu op de proef gesteld. ‘’Toen ik later ook wedstrijden en evenementen op de weg ging rijden, viel mij iets op. Veel deelnemers konden ontzettend hard trappen, maar verloren tegelijkertijd veel snelheid in bochten, afdalingen en technische passages. Juist daar valt vaak veel winst te behalen, zonder dat je daarvoor harder hoeft te trainen of meer vermogen hoeft te leveren.’’ We beginnen met misschien wel de belangrijkste vaardigheid: bochten rijden.
Bochten rijden: zo verlies je minder snelheid
Voor het fietstechniek verbeteren val ik meteen met de deur in huis: het sleutelwoord is kijken. Niet kijken naar waar je nu bent, maar naar waar je naartoe wilt. Je hoofd kan onafhankelijk van de rest van je lichaam bewegen en dat is een enorme kracht op de fiets. Zoek daarom altijd naar de volgende bocht in plaats van te blijven kijken naar de bocht waar je je op dat moment in bevindt.
Het klinkt simpel, maar we sturen vaak onbewust naar waar we naar kijken. Focus je dus niet op dat paaltje, die stoeprand of die boom die je wilt vermijden. Richt je blik op de ideale lijn en de uitgang van de bocht. Door verder vooruit te kijken kun je bovendien beter anticiperen. Je ziet eerder wat eraan komt en hebt meer tijd om bijvoorbeeld te remmen of te schakelen. Een eenvoudige oefening die ik vaak gebruik, is sturen met je navel. Richt je navel naar de plek waar je naartoe wilt rijden. Je zult merken dat je schouders, heupen en uiteindelijk ook je fiets vanzelf volgen.
Bochten rijden gaat vrijwel altijd samen met snelheid beheersen. Probeer daarom met een passende snelheid de bocht in te rijden, zodat je er weer vlot uit kunt accelereren. Veel remmen midden in de bocht kost niet alleen snelheid, maar verstoort ook je balans en flow.
OEFENING: Kijk door de bocht
Doel: ervaren hoe sterk je fiets de richting van je blik volgt.
- Zoek een rustige straat, parkeerplaats of fietspad met een ruime bocht.
- Rijd de bocht een paar keer bewust terwijl je alleen kijkt naar het punt vlak voor je voorwiel. Rijd daarna dezelfde bocht opnieuw, maar richt je blik op de uitgang van de bocht of zelfs al op het volgende punt erna.
- Je zult merken dat de bocht vloeiender aanvoelt en dat je automatisch een betere lijn rijdt.

Wanneer moet je remmen?
Veel fietsers voelen zich onzeker tijdens afdalingen omdat ze hun fiets remtechniek onvoldoende beheersen. De eerste belangrijke regel: je voorrem is je krachtigste rem. Tijdens het remmen verplaatst het gewicht zich naar voren, waardoor het voorwiel meer grip krijgt en dus meer remkracht kan leveren. Toch zie ik nog vaak fietsers die bijna uitsluitend hun achterrem gebruiken. Het gevolg? Een slippend achterwiel. Maar een slippend wiel remt minder effectief dan een rollend wiel met grip.
Remmen is bovendien geen aan-uit-schakelaar. Tussen volledig los en volledig dichtgeknepen zit een groot gebied waarin je de remdruk nauwkeurig kunt doseren. Juist daar zit de controle. Veel mensen zijn bang voor de voorrem omdat ze verhalen kennen van fietsers die over het stuur slaan. In werkelijkheid gebeurt dat meestal wanneer je passief op de fiets zit en de krachten niet actief opvangt. Bij krachtig remmen wil jouw lichaam nog vooruit bewegen terwijl de fiets vertraagt. Daarom is het belangrijk om actief te rijden. Houd je zwaartepunt laag, buig je armen en benen licht en druk de fiets als het ware onder je lichaam naar de grond. Zo werk je samen met de fiets in plaats van dat je een passagier bent.
Een laatste tip: rem vóór de bocht, niet erin. Hard remmen in de bocht zorgt ervoor dat de fiets zich opricht en minder grip houdt. Door vooraf snelheid te controleren kun je de bocht veel vloeiender en sneller rijden.
OEFENING: Noodstop zonder slippen
Doel: vertrouwen opbouwen in de voorrem en leren remmen op de grens van grip.
- Zoek een leeg stuk asfalt en bouw rustig snelheid op tot ongeveer 20 km/u.
- Rem vervolgens zo hard mogelijk zonder dat je voor- of achterwiel blokkeert. Focus daarbij op het geleidelijk opbouwen van remdruk in plaats van direct vol in de remmen knijpen.
- Herhaal dit een aantal keer en probeer iedere keer iets later te remmen en je remweg te verkorten.
Extra uitdaging: probeer de remweg steeds korter te maken zonder te slippen.

Schakelen: bespaar energie door timing
Als er één onderdeel is waar veel fietsers gratis energie kunnen besparen, dan is het schakelen. De grootste valkuil? Luiheid en onkunde. Veel fietsers schakelen te laat, te vroeg of soms zelfs nauwelijks.
Mijn eerste principe is simpel: je bent continu aan het reageren op de omgeving. Wind, hellingen, bochten en ondergrond veranderen voortdurend. Daarom schakel ik gedurende een rit constant op zoek naar de ideale cadans. Stel jezelf regelmatig de vraag: kost een zwaarder verzet mij veel extra energie of levert het vooral meer snelheid op? Wanneer de inspanning sterk toeneemt zonder dat je merkbaar harder gaat, is het vaak slimmer om een tandje lichter te schakelen. Goed schakelen helpt je om efficiënter met je energie om te gaan en voorkomt dat je onnodig verzuurt.
Mijn tweede principe draait om timing. Veel moderne schakelsystemen kunnen meerdere tandwielen tegelijk overslaan. Maak daar gebruik van. Denk vooruit. Schakel vóór een bocht, vóór een technische passage of vóór een klim. Dat laatste is misschien wel de belangrijkste les. Ik hoor nog vaak fietsers met een zwaar ratelende aandrijflijn een heuvel op rijden omdat ze pas schakelen wanneer het al zwaar aanvoelt.
Op het moment dat je denkt: "ik moet eigenlijk terugschakelen", ben je meestal al te laat. Anticiperen is daarom de sleutel. Schakel voordat de weerstand toeneemt. Zo behoud je snelheid, houd je je trapritme vast en ga je veel efficiënter om met je momentum waardoor je weer sneller kan fietsen.
OEFENING: Schakel vóór het nodig is
Doel: anticiperen in plaats van reageren.
- Kies een route met een aantal bruggen, viaducten of korte klimmetjes.
- Probeer tijdens de hele rit één regel aan te houden: schakel voordat je voelt dat het zwaar wordt.
- Veel fietsers schakelen pas wanneer de benen al onder druk staan. Door eerder te schakelen houd je een constanter ritme en verlies je minder snelheid.
Oefenen, oefenen en meer oefenen
Veel fietsers denken dat sneller fietsen vooral draait om sterker worden. Natuurlijk helpt een hoger vermogen, maar techniek levert vaak de makkelijkste winst op. Door je fietstechniek te verbeteren kun je sneller fietsen zonder harder te hoeven trappen. Oefen bewust met bochten rijden, remtechniek en schakelen en je zult merken dat je meer snelheid vasthoudt met dezelfde inspanning.
En het mooie is: je kunt er tijdens je volgende rit direct mee beginnen. Een goede techniek leer je niet door erover te lezen, maar door hem bewust te oefenen. Kies tijdens je volgende training één van de oefeningen en besteed er vijf á tien minuten aandacht aan. Je zult verbaasd zijn hoeveel verschil kleine aanpassingen kunnen maken. Daarnaast is het volgen van een techniekcursus of fietsworkshop zeker een aanrader.