WELKE FIETSVERLICHTING HEB JE NODIG?
Goede fietsverlichting is niet alleen belangrijk om gezien te worden. Zodra je buiten de straatverlichting fietst, wil je zelf ook kunnen zien waar je rijdt. Maar hoeveel licht heb je daarvoor nodig? En wat zeggen waardes als 20, 60 of 100 lux? We helpen je de juiste fietsverlichting kiezen voor jouw rit.
Lux en lumen: wat is het verschil?
Bij fietsverlichting kom je lux en lumen tegen. Lumen geeft aan hoeveel licht een lamp produceert. Lux geeft aan hoeveel licht daarvan op een bepaald oppervlak terechtkomt.
Dat verschil zie je ook terug in ons assortiment. De ACID PRO-koplampen worden aangeduid in lux en hebben een gerichte lichtbundel om de weg voor je te verlichten. Bij de ACID Outdoor-lampen wordt lumen gebruikt. Deze lampen verspreiden hun licht breder en zijn bijvoorbeeld geschikt voor sportief gebruik buiten de openbare weg. Kijk daarom niet alleen naar het hoogste getal, maar vooral naar het gebruik waarvoor een lamp is gemaakt.
Hoeveel lux heb je nodig?
De juiste lichtsterkte hangt vooral af van waar je fietst.
20-30 lux | Verlichte stad
Voor dagelijkse ritten over straten en fietspaden met goede straatverlichting. Je bent zichtbaar en hebt voldoende licht direct voor je fiets.
40 lux | Stad en donkere fietspaden
Handig als je tijdens je woon-werkrit ook stukken zonder goede straatverlichting tegenkomt. Je krijgt meer zicht op de weg voor je.
60 lux | Onverlichte wegen
Fiets je regelmatig buiten de bebouwde kom of over donkere fietspaden? Met 60 lux kun je verder vooruitkijken en zie je obstakels eerder aankomen.
100 lux | Volledig donkere wegen
Voor ritten waarbij je nauwelijks omgevingslicht hebt. Denk aan een avondrit op de racefiets over donkere buitenwegen. Ook bij hogere snelheden is extra licht prettig, omdat je verder vooruit moet kunnen kijken. Binnen de verlichtingssets van ACID vind je deze verschillende lichtsterktes terug.
En als je in het donker gaat mountainbiken?
In een donker bos heb je andere verlichting nodig. Je wilt niet alleen recht voor je kijken, maar ook bochten, wortels en andere obstakels goed kunnen zien. Daarvoor zijn de outdoor fietslampen met een bredere lichtbundel bedoeld.
Hier wordt de lichtsterkte meestal in lumen aangegeven. Hoe donkerder en technischer de trail, hoe belangrijker een krachtige en brede lichtbundel wordt. Voor een echt donkere MTB-rit kies je daarom een krachtige outdoorlamp in plaats van een koplamp die vooral voor gebruik op de weg is ontwikkeld.

Mag fietsverlichting knipperen?
Een knipperstand valt op, maar tijdens het fietsen op de openbare weg in Nederland mag je verlichting niet knipperen. Je voorlicht moet wit of geel zijn, je achterlicht rood en beide moeten continu branden. Heeft je lamp een knipperstand? Die gebruik je dus niet wanneer je ermee deelneemt aan het verkeer.
Wanneer moet je fietsverlichting aan?
In Nederland moet je verlichting aan als je in het donker fietst en wanneer het zicht overdag ernstig wordt belemmerd, bijvoorbeeld door mist. Je hoeft natuurlijk niet te wachten tot je bijna niets meer ziet. In de schemering of tijdens slecht weer maakt verlichting je eerder zichtbaar voor andere weggebruikers.
Welke lamp past bij jouw rit?
Rijd je vooral door de stad? Dan heb je aan 20 of 30 lux vaak genoeg. Voor donkere fietspaden kijk je eerder naar 40 of 60 lux en voor volledig onverlichte wegen naar 100 lux. Ga je het donkere bos in, kies dan een krachtige outdoorlamp met een brede lichtbundel.